Veiligheidsadviezen voor Alledag Print


1. Zorg dat de kinderen in de auto in geschikte autostoeltjes zitten.


2. Zorg dat de auto op kinderslot zit zodat de kinderen niet onverwacht tijdens het rijden de auto open kunnen doen.


3. Laat slapende kinderen nooit achter in de auto. Als je even uit de auto móet, zet dan de auto in de schaduw, draai de raampjes open en hou de auto in zicht.


4. Wanneer je ergens naartoe gaat met kinderen en je bent ergens binnen, bijvoorbeeld in een grote zaal, een museum, binnenspeeltuin, bioscoop, winkelcentrum etc. zorg dan dat jij en de kinderen weten waar de uitgang(en) en ook nooduitgang(en) zich bevinden.


5. Ga je een dagje uit met de kinderen en ga je ergens naartoe waar veel mensen zijn, bijvoorbeeld naar het strand, een attractiepark of bezoek je een stad? Spreek dan van te voren af hoe je eventueel evacueert naar bijvoorbeeld uitgang/ auto/ hotel. Bespreek hoe je de kinderen verzamelt en hoe je weg loopt. Bijvoorbeeld: Ganzenpas; mama voorop, kinderen ertussen, papa of tweede volwassene achteraan.


6. Ga je ergens naartoe waar veel mensen zijn of waar het onoverzichtelijk is spreek dan duidelijk af met de kinderen dat ze in de buurt blijven of hoe ver ze precies mogen gaan. Zorg dat de kinderen iets dragen met identificatie en eventueel uw mobiele telefoonnummer.


7. Zorg dat u altijd een eerste hulp doos in de auto heeft liggen en iets van pleisters in de handtas heeft. Zorg dat er ook een tekenpen in de eerste hulp doos zit.


8. Gaat u met de kinderen naar het water? Laat kleine kinderen nooit alleen in het water. Zorg voor de juiste hulpmiddelen op het strand (zwemvleugeltjes etc) en doe uw kind bij het varen altijd een reddingsvest aan. Laat je kind in zee of in open water met stroming geen zwemvleugels of andere opblaasbare drijfhulpmiddelen dragen of blijf erbij. Een kind dat even contact met de bodem verliest, kan eenvoudig meegevoerd worden door wind en stroming.


9. Laat uw kind op de fiets een helm dragen.


10. Het is fijn als uw kinderen ongestoord en veilig buiten kunnen spelen, bijvoorbeeld in een plaatselijke speeltuin. Natuurlijk houdt u altijd een oogje in het zeil, want een ongeluk(je) is zo gebeurd. Hou altijd zelf toezicht op peuters en kleuters.


11.  Zon: Kinderen zijn extra kwetsbaar in de zon. Hun huid is heel gevoelig en beschikt nog niet over alle natuurlijke beschermingsmechanismen. Bescherm kinderen tegen de zon door ze een hoedje op te zetten, en T-shirt te laten dragen en in te smeren met anti-zonnebrandproduct met een zeer hoge beschermingsfactor (minimaal factor 30). Mijd de zon rond het middaguur en houd baby’s tot 12 maanden veel in de schaduw.


12.  Zorg ervoor dat je kinderen hun eigen naam en adres weten en kunnen zeggen.


13.  Leer je kinderen 112 te bellen en leg ze uit in wat voor soort situtaties het nodig is om 112 te bellen.


14.  Monitor wat je kinderen doen op de computer en het internet.


15.  Leer je kinderen om hun omgeving te “scannen”. Met andere woorden, let op andere mensen, details van je omgeving, let op of je iets ongewoons of potentieel gevaarlijk ziet.


16.  Leer je kinderen om niet zo maar met iemand mee te gaan. Zeker niet in de auto. Ook niet wanneer ze deze persoon (een beetje) kennen. Leer je kinderen dat ze altijd papa of mama om toestemming moeten vragen voordat ze met iemand mee gaan.


17. Het kan gebeuren dat je kinderen je ergens kwijt raken. Leer ze om dan te blijven waar ze zijn (niet te gaan rondrennen) en om de naam van papa/mama te roepen. In het Engels noemen we dit “Freeze and Yell”.